P1030234Marcel de Groot: poëtisch zanger van formaat

Ook al houdt zanger-gitarist Marcel de Groot het in de nummers van zijn soloprogramma ‘#Held’ veelal intiem en klein, toch mag hij met recht en reden een groot zanger worden genoemd. Een zanger van formaat oftewel een ‘held’.

In die zin past hij perfect bij de titel van zijn nieuwste album, dat hij zondagmiddag promootte in de Kloosterkapel te Sibrandahûs.

In de kapel opende hij het nieuwe concertseizoen met een groot aantal liedjes, die vanaf het eerste tot en met het laatste woord compleet verstaanbaar waren.

Marcel, de oudste zoon van Boudewijn de Groot, en de microfoon waren wat dat betreft goede maatjes en de zanger stemde het volume van zijn gitaar telkens goed af bij dat van zijn stem.

Prachtige Nederlandstalige gedichten bracht hij op mooie melodieën aan de man, of het nu eigen tekstuele creaties betrof of die van bijvoorbeeld Stef Bos.

De single ‘Mijn vrienden’, waarmee hij zijn muzikale loopbaan vijfentwintig jaar geleden begon, was in ieder geval qua tekst van Stef en ook diens nummer ‘Het huis’ passeerde de revue.

Marcels eigen teksten waren te horen in ‘Paradijs’, ‘Langs de vloedlijn van mijn leven’, ‘Van A naar B’,  ‘Is dit het nou?’ en diverse andere fraaie stukjes poëzie over het leven, de liefde en de dood.

Slechts één lied begeleidde hij op de piano, de overige nummers voorzag hij van een gitaarbegeleiding. En wat voor één! Juweeltjes van muzikale patronen ondersteunden zijn woorden, die daardoor extra glans kregen en aan betekenis wonnen.

De woorden zelf regen zich goed getimed tot zinnen, die volledig ten dienste stonden van het verhaal. Dat verhaal bereikte zelden de extase, hetgeen soms jammer was, maar trof zeker doel.

Net als het gesproken verhaal over de man, die in zijn bolide de zon achterna gaat, zijn vrijheid zoekt, maar uiteindelijk gewoon weer thuis voor zijn deur staat.

Dat verhaal, opgedeeld in een drietal porties, vormt min of meer de rode draad in het programma, dat hij in grotere zalen en theaters samen met Cor Mutsers voor het voetlicht brengt, maar in Sibrandahûs helemaal in zijn eentje naar voren bracht.

Dat betekende tachtig minuten non-stop actief zijn. De toegift – een heerlijke blues – niet meegerekend.

RENNIE VEENSTRA